De begeleiding

Begeleiding van de leerlingen bij het leerproces
Ieder mens is een individu met zijn sterke kanten maar ook met zijn beperkingen. Wij willen de leerling zo veel mogelijk individueel begeleiden en daarbij aansluiten bij zijn sterke kanten.

In alle klassen werken we met een individueel handelingsplan. Dit is het startpunt van de begeleiding. Hierin zijn we gericht bezig met de doelen die de leerling zich gesteld heeft. De handelingsplannen worden samen met de leerling opgesteld. Tijdens een gesprek over het handelingsplan stellen leerling, leermeester en ouders de doelen vast en vervolgens ondertekenen alle betrokkenen het plan. De leerling, leermeester en ouders zullen de leerdoelen in de loop van het jaar evalueren en opnieuw vaststellen. De wensen van de leerling zijn hierbij het belangrijkste. De leerling geeft aan wat hij wil leren bij ons op school, of welke vaardigheden hij zich eigen wil maken. Deze wensen kunnen komen vanuit zijn interesse of al vanuit een duidelijker beeld van de toekomst. Hij weet wat hij worden wil of welke vervolgopleiding hij wenst te volgen.

Daarnaast omvat de begeleiding het volgende:

  • Duidelijke structuur en regels voor de leerlingen en docenten.
  • Alle leerlingen zitten in een kleine groep van maximaal 16 leerlingen.
  • Alle leerlingen worden minstens twee keer per jaar besproken in de leerlingenbespreking.
  • In de onderbouw  volgen we de leerlingen in hun ontwikkeling met ontwikkelings- en leerlijnen. Tevens evalueren we de werkplannen in het handelingsplan. Twee keer per jaar worden in de onderbouw didactische onderzoeken afgenomen.
  • In de bovenbouw volgen wij de ontwikkeling van de leerling op basis van competenties die nodig zijn m.b.t. wonen, werken, vrije tijd en burgerschap. In het derde en vierde leerjaar nemen we de didactische onderzoeken nog één keer per jaar af.
  • Ondersteuning door de leermeester, stagedocent, orthopedagoog en/of maatschappelijk werker.

De leermeesters
Iedere groep heeft één of twee leermeesters voor de persoonlijke begeleiding van de leerlingen. De leermeester is de contactpersoon binnen de school voor de leerling. Hij houdt de vorderingen van de leerling in de gaten en heeft een grote inbreng tijdens de leerlingenbespreking. Door zijn dossierkennis over het toelatingsonderzoek, handelingsplannen en door gesprekken met elke leerling afzonderlijk, is de leermeester het best op de hoogte van de aandachtspunten van elke individuele leerling. Ook is de leermeester het aanspreekpunt voor de ouders.
Een zeer belangrijke taak van de leermeester is het signaleren van problemen rond een leerling en het organiseren van de hulp voor die leerling. Bij complexe problemen overlegt de leermeester met de teamleider, maatschappelijk deskundige en/ of orthopedagoog over de aard van de te geven ondersteuning.
In het eerste leerjaar komen de leermeesters op huisbezoek om in een rustige omgeving uitgebreider met de ouders en leerling te spreken. In het tweede leerjaar kunnen ouders leerling en leermeester indien wenselijk een afspraak voor een huisbezoek maken.

Commissie van Onderzoek en Begeleiding
Deze commissie bestaat uit vier personen: een orthopedagoog, een schoolmaatschappelijk werker, een schoolarts en een teamleider. De orthopedagoog is verantwoordelijk voor het pedagogisch onderzoek in de meest ruime zin. Bij verschillende onderzoeken en tests kijkt de orthopedagoog naar de verstandelijke mogelijkheden, motivatie en interesses, persoonlijkheid en het gedrag van de leerling. Hij is betrokken bij leerlingenbesprekingen en verwijzingen of schakeling, begeleidt leerlingen en doet herhalingsonderzoeken. Indien het nodig mocht zijn neemt hij opnieuw een (individueel) psychologisch onderzoek af om een goed advies voor het vervolg van de schoolloopbaan te geven, of om te zoeken naar oorzaken van problemen en de juiste vorm van begeleiding.
De maatschappelijk werker begeleidt ouders/verzorgers en leerlingen, zowel samen als apart, voornamelijk op het gebied van de gezinsproblematiek en/of bij problemen met de leerling zelf. Als het nodig mocht zijn, verwijst de maatschappelijk werker naar een hulpverlenende instantie.
Vanwege de verschillende soorten problemen die er bij de leerlingen kunnen voorkomen, hebben wij als school ook intensief contact met diverse externe begeleidingsinstellingen zoals Lucertis, Lijn 5, Bureau Jeugdzorg, Triversum, het bureau van de leerplicht ambtenaar en MEE.

Zeer Intensieve Begeleiding (ZIB)
Indien het gedrag van de leerling daartoe aanleiding geeft, dan krijgt deze op school extra begeleiding. Dit noemen wij op onze school de ZIB. Dit houdt in dat er één keer in de drie tot zes weken een gesprek is tussen leermeester, ouders/verzorgers, leerling en teamleider, eventueel aangevuld met schoolmaatschappelijk werker of orthopedagoog. In dat gesprek worden afspraken gemaakt over houding en het gedrag van de leerling, welke steun de leerling daarvoor nodig heeft en worden vorige afspraken geëvalueerd.

Zorg Advies Team (ZAT )
Hoewel de school de primaire opdracht heeft om onderwijs te geven, is een bijkomende taak om zorg rond een leerling te signaleren en vervolgens te verlenen. De taak van het ZAT is dan ook om te adviseren over hulp aan leerlingen die extra zorg nodig hebben vanwege problemen. Dit hoeft niet altijd een ernstig probleem te zijn maar wel een probleem waarbij het nuttig is er samen met andere deskundigen naar te kijken. Het team geeft de hulp niet zelf maar adviseert en houdt in de gaten of de geadviseerde aanpak ook het gewenste effect heeft.

In het ZAT hebben zitting :

  • De school (teamleider, orthopedagoog)
  • De leerplichtambtenaar
  • De GGD (schoolarts of schoolverpleegkundige)
  • Het Schoolmaatschappelijk werk
  • Bureau jeugdzorg
  • De Politie
  • Een vertegenwoordiger van het REC
  • Daarnaast kan de school of gemeente besluiten andere partijen erbij te betrekken.

Het hangt van de aard van de problemen af aan welke instantie om raad wordt gevraagd. Om op de juiste wijze advies te geven, is het van belang aan bepaalde voorschriften te voldoen. Indien het ZAT de desbetreffende leerling bespreekt, ontvangen de ouders en/of verzorgers informatie over de procedure en regelgeving. Deze valt binnen de wet op de privacy en is dus ook wettelijk gekaderd. Overigens is deze informatie ook op voorhand verkrijgbaar bij de administratie. 

Sociale Vaardigheden (SoVa)
Sociale vaardigheden zijn vaardigheden die van belang zijn in de omgang met anderen, zoals hoe maak je op een goede manier contact met je leeftijdsgenoten, hoe ga je om met kritiek, of op welke goede manier los je een ruzie op? In de Onderbouw ligt de nadruk op de omgang met elkaar, in de Bovenbouw wordt meer ingegaan op de vaardigheden die nodig zijn in een arbeidssituatie. Voor leerlingen uit de Onderbouw bestaat de mogelijkheid om extra ondersteuning te krijgen door middel van een specifieke sovatraining in een klein groepje.

Rebound
De regering heeft aan de samenwerkingsverbanden de opdracht gegeven om een voorziening te maken voor leerlingen die door hun gedrag vast lopen in het reguliere onderwijs. Binnen het samenwerkingverband Midden Kennemerland heeft de Kennemer Praktijkschool en lwoo sinds het schooljaar 2006-2007 plaats voor acht leerlingen in deze voorziening. Leerlingen van andere scholen kunnen voor drie tot zes maanden in de Reboundgroep geplaatst worden. Deze leerlingen werken aan een maatwerkprogramma en leren hoe zij op hun eigen school weer goed mee kunnen draaien. De Kennemer Praktijkschool en Lwoo helpt hen op weg om binnen de eigen school (of soms op een andere school) het eindstation te halen.

Rugzakje
Leerlingen met een handicap die een positieve indicatie hebben van de Commissie voor Indicatiestelling, krijgen een persoonsgebonden voorziening, het zogenaamde ‘rugzakje’, waarmee zij in principe kunnen worden opgevangen in het reguliere onderwijs. Wij overleggen met ouders die hun kind op deze manier op onze school geplaatst zouden willen zien. Aan de hand van een aantal onderwijskundige en praktische vragen wordt bekeken of de school een eventuele plaatsing kan waarmaken.

Op onze school hebben we drie teamleden die leerlingen helpen bij problemen. Die problemen kunnen zeer verschillend zijn en omvatten het hele gebied van pesten tot geweld en van discriminatie tot seksuele intimidatie.
Onze contactpersonen zijn: mevrouw R. Ebbelaar, mevrouw A. Cusell en de heer S. Bouwmeester.